Zoek je diepe kern (waar ben je goed in, wat doe je graag, wat geeft je energie?) en investeer erin. Voeg ambitie toe. Draag bij tot je omgeving: je doet het altijd voor iets of iemand en het voedt je zelfbeeld.
Beter worden, iets toevoegen bouwt zelfvertrouwen: als mens, als organisatie. Volg je eigen richting, de kompasnaald die vertrekt in je diepe kern en leidt naar zelfrealisatie en toegevoegde waarde voor anderen.
Leer hierin ‘ja’ en ‘neen’ zeggen. ‘Ja’ is kiezen en voluit gaan. ‘Neen’ is vermijden. Een goede ‘neen’ is beter dan een slechte ‘ja’.
Flexibiliteit.
Aanvaard de onvoorspelbaarheid van het leven. Verandering is de norm van de natuur, alhoewel de mens streeft naar controle.
Behoud in die onvoorspelbare wereld je focus, misschien aan een andere snelheid, via andere wegen of vormen dan origineel voorzien – allemaal ingegeven door wisselende omstandigheden - maar volg je kompasnaald.
Fight.
Ga voluit in wat je belangrijk vindt: job, hobby, vriendschap, liefde. Kom op voor jezelf als je onrecht wordt aangedaan. Geef niet op zolang je ergens in gelooft.
Wees hierin niet arrogant. Vechtlust zit aan je binnenkant en manifesteert zich door wilskracht en veerkracht.
Ga echter niet elk gevecht aan. Soms is de overmacht te groot, soms is het sop de kool niet waard.
Fair.
Wees open, eerlijk, authentiek (wat je denkt, zegt en doet ligt op één lin). Doe je best en verwacht dat de andere ook zijn/haar best doet zodat je samen tot een sterker geheel komt. Dat is de basis van performance ethics, de wereld waarin mensen hun best doen voor elkaar om samen hun doelstelling te bereiken of iets toe te voegen aan elkaar.
Performantie is een ethische norm. Ode aan de mens die zijn of haar best doet in het belang van het resultaat.
Respect voor de mens die zich geeft aan het publiek in de zaal, de klant, het gezin, de leerling in de klas. Als de wereld zou gerund worden vanuit die filosofie, waarin iedereen zichzelf geeft binnen het talent wat hij of zij heeft, dan ging het gegarandeerd beter.
Combineer die vier gedachtes in één geheel, ze hebben elkaar nodig:
Focus zonder flexibiliteit leidt tot verstarring: het is een paardenbril die de omstandigheden negeert.
Flexibiliteit zonder focus is chaos: je doet maar wat, maar er zit geen lijn in.
Focus zonder fighting spirit is een schijnvertoning ontdaan van alle impact.
Fighting spirit zonder focus is energieverkwisting waarbij de ingezette energie alle kanten uitgaat.
Fighting Spirit zonder fair is je reinste oorlog.
Fair zonder fighting spirit is naïef rekenen op het goede hart van de tegenpartij.